Portretten

“100 jaar – 100 gezichten” bevat het portret van 100 mensen* die het aanzicht van Sint-Joost tussen 1911 en 2011 mee hebben bepaald. Het zijn kunstenaars, politici, wetenschappers, of gewoonweg inwoners, militanten, dromers… wat ze gemeenschappelijk hebben, is Sint-Joost en de invloed, soms discreet maar steeds even belangrijk, die ze gehad hebben of hebben op onze gemeente. Het is nog altijd en voor altijd door middel van mensen dat wij u uitnodigen om Sint-Joost opnieuw te ontdekken.

A

Marguerite Acarin « Akarova » (1904 - 1999)

Danseres, beeldhouwster

Ze is geboren in Sint-Joost en wordt dikwijls de Belgische Isadora Duncan genoemd. Het is haar eerste echtgenoot, de kunstcriticus en meubelontwerper Marcel-Louis Baugniet, die haar de artiestennaam  Akarova geeft. Onder invloed van het modernisme van het interbellum, maakt ze haar choreografie in de sfeer van de Russische balletten. In 1938 geeft haar tweede echtgenoot, Louis Lievens, haar de aanzet
voor haar eerste beeldhouwwerken. Deze eerste buste onthult een zeer krachtige stijl, wellicht gevormd door de discipline van de dans. Daarna maakt ze verschillende andere bustes, van kunstenaars en vrienden zoals Maurice Carême, Charles Bertin of Geo Libbrecht. Ze overlijdt op 95-jarige leeftijd in haar studio ingericht boven haar oude toneelzaal aan de Renbaanlaan en ligt begraven in Elsene.

Dan Alexe (1961)

Producer, journalist

Dan Alexe woont sinds 1995 in Sint-Joost en zijn filmwerk is ongewoon: hij zoekt naar humor in een wrede en onwaarschijnlijke versie, in alle uithoeken van de planeet. Hij is taalkundige van opleiding en zijn passie voor talen zorgde ervoor dat hij er verschillende leerde, wat zeker een pluspunt is voor een journalist-wereldreiziger. Als Brussels correspondent voor verschillende persagentschappen reist hij in het Nabije Oosten, in de Kaukasus en Centraal-Azië. Begin 2000 start hij met documentaires met het eerste luik van zijn trilogie Kaïn en Abel.  Zijn film “Les Amoureux de Dieu” handelt over ruzies in de  moslimgenootschappen van Macedonië. De documentaire kent een groot succes en wordt met prijzen bekroond, zoals ook Cabale à Kaboul (er waren eens… de twee laatste joden van Afganistan). Hij werkt alleen en leeft in gezelschap van de mensen die hij filmt.

Martin Apers (01.11.1940)

Uitbater frietkraam

Sedert 1931 is het een echt instituut dat het Sint-Joostplein hult in de heerlijke geur van warme  knapperige frieten waaraan men niet kan weerstaan wanneer men hier iedere dag voorbij komt. Noteer dat in het begin de frietkraam naast de kerk stond, in het begin van de Sint-Jooststraat. In 1964 begon Martin Apers zijn ouders te helpen in het familiefrietkot. Eind 2009, op 70-jarige leeftijd, besliste Martin ermee op te houden: “Mijn tijd is gekomen en ik heb zin om te reizen, om van het leven te genieten”. De fakkel werd overgenomen door Zoila Palma Altamirano, een 37-jarige Equatoriaanse die de nieuwe frietkraam opende op 2 maart 2011. Hier staat kwaliteit voorop, want de frietkraam van Sint-Joost behoort tot de drie beste van Brussel. Martin mag trots zijn op haar.

B

Mustafa Balci (28.11.1972)

Producer

Mustafa Balci is in 1972 geboren in Marche-en-Famenne en volgde een filmopleiding aan het Institut national supérieur des arts du spectacle (INSAS). Als documentairemaker van Turkse origine maakt hij verschillende films zoals Toprak (1998), La Cité Méduse (2000), Les enfants du Sirat (2000), A l’ombre de la mémoire (2002) en Mariage, aller-retour (2006). Of het nu portretten zijn van misdeelde jongens uit Istanbul of een eerbetoon aan de grote luitspeler Ramazan Gülgor, Mustafa Balci fi lmt zonder franjes en toont zijn ontmoetingen met emotie en gevoeligheid. Hij heeft lang in Sint-Joost gewoond.

Patrice Bauduinet (27.05.1969)

Producer

Sedert hij uit het INSAS kwam in 1991, hanteert hij zijn camera en maffe ideeën op een  vanzelfsprekende manier. Hij produceert niet minder dan een twintigtal kortfi lms van Fais-moi Coin Coin (beste Belgische belofte in 1994) tot Chloé (2006). Patrice is niet een klein beetje fi er over zijn ontdekking van Cécile de France die de rol van een heerlijke Eva heeft in zijn kortfilm La nuit du 6 au 7 (2003). In 2009 draait hij zijn eerste langspeelfi lm waarvan de titel, Les lacments de l’apocalypse, zijn
Luikse origine verraadt. Zijn Bunker Ciné-Théâtre ziet het daglicht in Sint-Joost in 1999 en men ontdekt er een krankzinnig programma, waaronder het Festival du Fanzine. Een underground-adres in Brussel dat deze creatieveling met passie doet opleven, van toneelkunsten tot strips, van video tot muziek.

André Beniest, « Benn » (04.11.1950)

Striptekenaar

Wat hebben Baudelaire, Malraux en Benn gemeenschappelijk? De liefde voor katten, zeker (enkele  dierbare werken zijn verdwenen tussen de klauwen van zijn katachtige vrienden), maar misschien ook de drang naar perfectie die ervoor zorgde dat hij andere prenten vernietigde die andere gewaarschuwde verzamelaars wel zouden willen ontdekt hebben. Aan hem danken we reeksen zoals de Hollywoodiaanse
Woogee of Yves Boréal, maar ook Mic’Mac Adam die de lezer in de Britse sfeer van het Victoriaanse tijdperk onderdompelt. Hij heeft met Desberg samengewerkt bij Spirou, meegewerkt aan het weekblad Tintin (Les Aventures de Tom Applepie) en getekend voor de tijdschriften Play Tennis, Stars en Cinéma. Hij woont in Sint-Joost met zijn echtgenote Jacqueline Coumont, kunstenares-schilderes, die ook de eerste inkleurster was van de reeks Mic’Mac Adam.

André Bertulot (1920 - 1943)

Militair, verzetsstrijder

In 1939 bevindt hij zich als 17-jarige bij het Vreemdelingenlegioen in Tunesië. Al vlug vraagt hij de toelating om het Belgisch leger te vervoegen. Zijn enige broer werd gevangen genomen in Duitsland. Hij neemt deel aan verscheidene operaties in verband met het stelen van documenten in “Kommandaturs”
die zich in België gevestigd hebben. Het Belgisch partizanenleger vertrouwt hem deze opdracht toe, die hem het leven zal kosten. Samen met Arnaud Fraiteur en Maurice Raskin schiet hij de journalist Paul
Colin neer, die openlijk zijn steun had betuigd aan de nazis. Na een schijnproces wordt hij in 1943 geëxecuteerd in het Fort van Breendonk. Hij was toen 22 jaar. Dit offer was niet nutteloos, want na deze actie toonden de meeste journalisten die met de vijand collaboreerden, hun activiteiten wat minder. De familie woonde op het nummer 109 in de Marktstraat, waar een gedenkplaat werd aangebracht, tot het huis werd gesloopt.

Irma Bozzo (30.03.1954)

Sociaal assistente

Als boegbeeld van de sociale strijd in de volksbuurten, kan men het onuitputtelijke vuur van deze vrouw enkel eren: ze zet zich onvermoeibaar in voor daklozen, mensen zonder papieren, mensen zonder…
men mag haar activiste of militante noemen, maar ze is vooral geëngageerd, dicht bij de minst bedeelden en in een voortdurende strijd om de beste levensomstandigheden te verkrijgen voor de verschoppelingen die onze maatschappij voortbrengt. In Sint-Joost kent iedereen Irma, vooral de mensen van de Kruidtuinwijk. In de jaren 70 maakte het buurtcomité dat zij animeerde, het bijzonder plan van aanleg van de Kruidtuin op. Ze is zeer actief in de sociale wijkontwikkeling, waarin verenigingen betrokken zijn zoals het Maison rue Verte, Inser’Action en ook het foyer-restaurant, waar ze zichtbare sporen heeft nagelaten.

Katryn Brahy (02.03.1960)

Journaliste

Het is bij de redactie van Le Soir dat de jonge juriste haar eerste studentenjobs zoekt, wat getuigt van haar interesse voor de media. Met haar diploma Rechten op zak krijgt ze een vervanging vast bij RTL waar ze 25 jaar lang deelneemt aan de ontwikkeling van het kanaal, zowel op televisie als op de radio met Bel RTL. De politiek zal haar speerpunt zijn. In haar interviews verliest ze nooit de glimlach en aarzelt niet om toevlucht te nemen tot humor om de mensen die ze interviewt, los te krijgen. Vervaarlijk, zeker, maar het is niet haar bedoeling mensen in de val te lokken. Ze ziet zich eerder als bemiddelaarster tussen de gast en de luisteraar. Vooraleer de Tennoodse grond te verlaten, waar ze sedert de jaren 90 woonde, wordt ze in juni 2008 ereburger van de gemeente. Katryn is sedertdien afgevaardigde van de delegatie Wallonië-Brussel in Kinshasa.

Philippe Brodzki (1952)

Beeldhouwer

Philippe Brodzki is in Brussel geboren en afkomstig van een oude Poolse familie. Als beeldhouwer wordt hij gewaardeerd voor de verrassende ongedwongenheid van de fi guren die hij uitbeeldt. Zijn “Citoyen”
(Burger) werd in 2008 voor het gemeentehuis geplaatst, op het einde van een parcours dat zo bijzonder was als het werk zelf. Een reuzenschildpad aangekocht bij een taxidermist in de Vlaamse Steenweg en een kleurrijk personage, een soort “zonnekoning… met een ongelooflijke haardos…”. De beeldhouwer heeft een plotselinge ingeving: het standbeeld Bacchus van de tuinen van Boboli. “Ik zou willen dat u voor mij op een schildpad poseert”. De onbekende aanvaard deze vreemde uitnodiging.
Het resultaat van deze ontmoeting is tenslotte dit werk dat op de Tennoodse grond terechtkomt. Dit is een daad van zuivere poëzie, van mecenaat zoals dit nog nauwelijks bestaat en dat men dankt aan Michel Allard de Clairmarais.

C

Joke Callewaert (21.11.1974)

Advocate

Joke Callewaert behaalde haar diploma rechten aan de VUB in 1997 en liep stage bij Jean Fermont. Het idee van toegankelijke verdediging heeft zijn intree gedaan. Haar roeping werd haar duidelijk in  Molenbeek waar ze monitrice was in een jeugdhuis. Ze komt bij het kantoor van Progress Lawyers Network en maakt een locale antenne in haar buurt. Vijf jaar later zijn er antennes in Sint-Joost,  Antwerpen en Gent. De advocaten delen niet alleen de dossiers, maar ook hun financiële inkomsten, wat weinig gangbaar is in dit beroep. Ze wordt dikwijls geconfronteerd met jongeren die geen enkel vertrouwen hebben in het gerecht. “Naar anderen gaan, uit zijn buurt komen, spreken over persoonlijke problemen, flirten, discussiëren met een leraar,… zijn soms heel moeilijk dingen voor sommigen”. Haar strijd? Deze jongeren de gelegenheid geven om correct verdedigd te worden.

Guillaume Charlier (1854 - 1925)

Beeldhouwer

In 1879 wordt het beeld Le déluge van de jonge Charlier opgemerkt door verzamelaar en mecenas Henri Van Cutsem die hem onder zijn vleugels zal nemen. Kunstlaan 16 wordt een centrum voor artistieke
ontwikkeling waar opkomend talent een thuis vindt. Charlier, die nooit zijn bescheiden afkomst verloochend heeft, is een pionier van de realistische beeldhouwkunst in België. Voorstellingen van volkse mensen in hun dagelijkse bezigheden zijn het middelpunt van zijn werk. Hij maakt beelden in Doornik en Blankenberge. In Sint-Joost versieren de beelden Monument aux Morts en de Carriers de pleinen. Als lid van de groep Les XX schildert hij ook korenvelden nabij Mechelen of vergezichten van het strand. Na de dood van zijn weldoener Van Cutsem in 1904 krijgt hij de verzameling van deze laatste en bij zijn dood wordt de collectie, samen met het huis en het meubilair, aan de gemeente gelegateerd.

Michel Cleempoel (1954)

Digitaal kunstenaar

Digitale kunst is misschien nog niet zo bekend bij het grote publiek, maar in deze discipline, die hij onderwijst in Bergen, is Michel Cleempoel een referentie. In zijn artistieke expressie zijn tijd en licht de belangrijkste elementen die hij gebruikt om de wereld te bevatten. Hij gebruikt de nieuwe technologieën in zijn werk terwijl hij met hun ambivalentie speelt. In 2009 ligt hij aan de basis van het online spel Yoogle!, dat onthult wat er zich afspeelt achter de schermen van de markt van persoonsgegevens en in 2010 neemt hij deel aan de week Technologie Mon Amour van de Liga van de Mensenrechten. Hij is een erkend hedendaags kunstenaar die geregeld tentoonstelt in Brussel en in het buitenland en het is ook mogelijk zijn werken te ontlenen bij de Arthothèque van Wolubilis. Michel Cleempoel woont in Sint-Joost sinds 1994.

De Familie Cluysenaar

In 1841 wordt aan de Kunstlaan 10-11 de woning van architect Jan-Pieter Cluysenaar (1811-1880) opgetrokken. Na verbouwingen tussen 1935 en 1993 worden de nog oorspronkelijke delen beschermd. De bouwheer van o.a. de Koninginnegalerij was ook grondlegger van een kunstenaars-dynastie: hij was via zijn dochter de grootvader van architect Paul Saintenoy (Old England) en vader van de schilder Alfred
Cluysenaar (1837-1902), vooral bekend om zijn muurdecoraties in Sint-Gillis en Gent. Alfred onderwees zijn zoon, de portretschilder André (1872-1939). Diens zoon John (1899-1986) legde zich eerst toe op de beeldhouwkunst (Prijs van Rome in 1923) maar wijdde zich, ondanks de erkenning, na 1939 aan de schilderkunst. Zijn uit kleurvlekken opgebouwde imaginaire gezichten herinneren aan Pollock. Het Charliermuseum bezit diverse werken van leden van de familie.

Gérard Corbion (26.12.1959)

Acteur

De Compagnie de la Casquette werd in 1983 opgericht door vier toneelspelers: Gérard Corbion, Luc Devreese, Philippe Jolet en Isabelle Verlaine. Het gezelschap brengt een creatief theater waar de bezigheden van de volwassenen in aanraking komen met deze van de kinderen.
Het wil zorgen voor een valorisatie van een kindercultuur door een betere erkenning van het kindertheater te eisen. Tot heden heeft de Compagnie de la Casquette 25 toneelstukken gebracht met ongeveer 2 500 opvoeringen in binnen-en buitenland. Het gezelschap ontving talrijke prijzen en erkenningen. Het organiseert ook stages, opleidingen voor professionelen, workshops voor volwassenen tijdens dewelke de spelers hun ervaring delen als clown, in beweging en schrift. En vermelden we nog Caravanes, feestelijke experimentele artistieke ontmoetingen die openstaan voor het publiek. Een actieve bende uit de Wijnheuvelenstraat.

Pierre Cordier (28.01.1933)

Schilder, uitvinder van het chemigram

In 2007 wijdt het Fotografi emuseum van Charleroi een retrospectieve aan zijn werk, ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van het beroemde Chimigramme, waarvan vijf exemplaren in 2009 een plaats hebben gekregen in het Centrum Georges Pompidou (Beaubourg). Dit resultaat is typerend voor de kwaliteit van het werk van deze merkwaardige onverzadigbare en autodidactische man. Onder de talrijke facetten van deze fascinerende figuur vermelden we nog een lange vriendschap met de zanger Georges Brassens. Hij publiceert zijn persoonlijke foto’s in 1989 en ongelooflijke opnames van de jaren 50 zijn uitgegeven in 2001. Onlangs getuigde een uitzending van Première (RTBF) van de innige verstandhouding van deze twee mensen. Wat is een chemigram? Een beeld verkregen bij daglicht door een fysischchemisch procedé, tussen schilderkunst en fotografie.

De Familie Courtens

Franz Courtens (1850-1943) was een anti-academische openluchtschilder van landschappen, dieren en zeegezichten. Deze leerling van de Academie te Dendermonde won in 1883 de gouden medaille op de Internationale Tentoonstelling te Amsterdam en ontving in 1922 de baronstitel. Na de geboorte van zijn eerste zoon, de portretschilder Hermann (1884 -1954), verhuisde hij van Dendermonde naar Sint-Joost, de geboorteplaats van zijn twee andere zoons; de beeldhouwer Alfred (1889-1967) en de architect Antoine (1899-1969). Antoine en Alfred bouwden in 19 22 het atelier voor hun broer Hermann gelegen in de Braemtstraat 97-99.

Guy Cudell (1917 - 1999)

Burgemeester (1954 - 1999)

Burgemeester van 1954 tot aan zijn overlijden in 1999, hetzij 45 jaar lang! Hij werd voor de eerste maal tot gemeenteraadslid verkozen na de verkiezingen van 1947 en werd Schepen van Onderwijs, om 7 jaar later de PSC-burgemeester Saint-Rémy op te volgen. Hij werd ook verschillende malen verkozen als volksvertegenwoordiger en werd zelfs staatssecretaris van Brusselse Zaken binnen nationale regeringen (Leburton en Martens). Op 24 juni 1984 wordt Guy Cudell ontvoerd door een van zijn ingezetene, die losgeld vraagt. Deze episode zal nooit helemaal opgehelderd worden, meer bepaald wat zijn  onwaarschijnlijke ontknoping betreft. Hij was de laatste burgemeester die een uniform met zwaard en steek (hoed met twee punten) droeg, teken van een sterke persoonlijkheid, gehecht aan een zekere etiquette. Omdat hij zeer begaan was met de opbouw van een schitterende toekomst van zijn gemeente, spande hij zich in voor de ontwikkeling van de Noordwijk, het Brusselse Manhattan.
Meer dan tien jaar na zijn overlijden is de herinnering aan hem nog altijd zeer levend bij de inwoners van Sint-Joost.

D

Jérôme Dayez (03.06.1948)

Professor, plastisch kunstenaar, beeldhouwer

Van een gewone klopper die hij op de stoep vindt, kan Jérôme Dayez een onderdeel maken van een schilderij of beeld. In zijn werk is hij gefascineerd door ontelbare schatten die het dagelijkse leven gratis aanbiedt en in een oogopslag merkt hij de creatieve mogelijkheden van een stuk van een wasknijper en andere afval die onze maatschappij produceert. Uiteraard is het te voet dat hij de stad afschuimt op zoek naar nieuwe vondsten. In het voorjaar 2011 wijdde Galerie 18+1 een tentoonstelling aan hem en zijn twee dochters Hortense en Théodora. Als schilder verliet hij het rustige pad van het figuratieve voor dwarswegen waarin hij werken durft maken waarvan hij op voorhand het eindresultaat niet kent. Jérôme Dayez woont in Sint-Joost sedert dertig jaar en realiseerde de muurschildering van het Bossuetplein, Uniestraat en op de gevel van zijn eigen huis, Oogststraat.

Pierre De Jaegher (07.03.1973)

Radio-coördinator en -animator

Radio Panik is een vrije radio die het levenslicht zag in 1984, onder impuls van jonge militanten die wilden reageren tegen de opkomst van extreem rechts, vandaar de naam. De tijden zijn sindsdien veranderd maar de respectvolle en open geest van engagement is gebleven. Het programma is ongeloofl ijk gevarieerd en de uitzendingen worden verzorgd door een honderdtal vrijwilligers waarvan een vijftiental vooral met de radio bezig is. Deze niet-commerciële radio wordt uitgezonden op 105.4 FM, 7 dagen op 7 en 24 uur op 24. Geen publicitair programma of een uitdrukkelijke keuze voor niet-uitgegeven dingen en geheime kassuccessen, ziedaar de signatuur van Radio Panik. Pierre De Jaegher staat aan het roer sinds 2008.

Emile-Georges De Meyst (1902 - 1989)

Producer, scenarioschrijver

Deze Belgische producer is geboren in Sint-Joost dat in de jaren 50 tot 80 een soort gouden tijdperk kende voor wat betreft de technische beroepen rond de film. Emile-Georges De Meyst realiseerde populaire films zoals Le Cocu magnifi que (1947) maar hij werd vooral bekend met zijn film Soldats sans uniforme. Deze film gaat over het verzet en werd clandestien gedraaid tijdens de oorlog. Hij was erin geslaagd film te bemachtigen en had twee boven mekaar liggende beelden voorgesteld om niet ontmaskerd te worden. Zelfs de acteurs, de figuranten en de technici dachten dat ze een banaal politie-avontuur draaiden en wisten niet dat het ging over een film over de strijd tegen de nazi’s.
Dankzij de montage en het post-synchroniseren kon het echte scenario tevoorschijn komen. De film kwam onmiddellijk na de oorlog uit toen de onderdrukkers nog maar net hun hielen gelicht hadden.

Didier De Neck (31.12.1950)

Toneelspeler, regisseur

Na zijn studies rechten en criminologie, sticht hij samen met zijn levensgezellin, Marianne Hansé, in 1978 het jeugdtheater Galafronie. Na deze oprichting blijft hij er medewerker van en doet de meeste stukken leven als co-auteur, acteur of regisseur. Wijnheuvelenstraat 41 wordt ook een plaats voor jonge beloften. Als ontdekker van talenten die dromen helpt verwezenlijken, is Didier De Neck iemand die het theater de mogelijkheid geeft zijn ontwikkelingskracht ten volle te ontplooien. Hij die gespeeld heeft in le 8e jour of Toto le Héros van Jaco Van Dormael en gewerkt heeft met grote namen zoals Frédéric Fonteyn, wijdt ook een stuk van zijn energie aan de begeleiding van de allerjongsten waaronder Mourade Zeguendi (Les Barons). Grenstraat 41 rue de la Limite, L’Hafa, Lost Cactus zijn hem schatplichtig. Hij gaf ook les in
decorontwerp aan La Cambre en Saint-Luc.

Sébastien de Raet (12.02.1928)

Journalist, volksvertegenwoordiger

Geboren in de Grensstraat, hij bracht zijn jeugd door in Sint-Joost, waar hij ook school liep. Na als vrijwilliger in de British Army gediend te hebben, begint hij zijn loopbaan als journalist die 50 jaar zal duren. Als neef van oud-schepen van Sint-Joost André de Raet, werpt hij zich op de politiek. Hij is volksvertegenwoordiger van 1988 tot 1991. Een ander aspect van zijn persoonlijkheid heeft zijn sporen nagelaten in Sint-Joost: zijn passie voor de ovalen bal. Hij speelt rugby sinds zijn 20 jaar en sticht de BUC Saint-Josse in 1964. In de jaren 70 ontwikkelt hij een rugby-afdeling aan het Cudell-lyceum en dit zal de eerste Jongerenschool van de BUC worden. Gesterkt door zijn ervaring, wordt hij kapitein van de nationale ploeg en voorzitter van de Belgische Rugby-federatie. Momenteel is hij ere-vice-voorzitter van de BUC die in 2011 niet geheel onverwacht tot de 1ste divisie is bevorderd.

Camille De Taeye (1938)

Schilder

Bij het grote publiek in Brussel is hij vooral bekend dankzij “het paard van oktober”, een werk van 24 m op 3 m dat men kan bewonderen in het metrostation Eddy Merckx. Men kan hem onderbrengen bij de
post-modernistische, realistische en surrealistische schilders. Van Magritte vindt men sporen terug van vreemde associaties en van Ensor de smaak voor skeletten, zoals men kan zien op dit doek dat een schedel en een doos Nivea-crème voorstelt. Hij studeerde in Saint-Luc en geeft nu les in La Cambre, terwijl hij tentoon stelde in musea en op beurzen over de hele wereld. In april 2009 was de  tentoonstelling Ou l’envers de l’abîme in de Botanique aan hem gewijd. Zijn band met Sint-Joost? Hij werkte in de kunstenaarssite Mommen, waarvan hij een ereburger is, naast de duitse schilder Jörg Madlener die nu in New York leeft, Edith de Vries of Wout Hoeboer. In de jaren 70 hebben deze vier kunstenaars in de Mommenateliers gewerkt.

Michel Delabaye & Myriam Goemine (1938 & 1952)

Inwoners

Ze wonen aan de Armand Steurssquare dat ze met hun goede zorgen vertroetelen, in die mate dat men soms denkt dat het een verlengstuk van hun woning is. In de schoot van de vzw de Vrienden van de Armand Steurssquare organiseren ze iedere zomer rondleidingen zodat nieuwsgierigen en toeristen hun passie kunnen delen. Kunstliefhebbers zullen ook hun beeldententoonstelling waarderen die ze ieder jaar in september organiseren en die waarschijnlijk een van de enige openluchttentoonstellingen in een openbaar park is in Brussel. Dit hoogstaand cultureel evenement vestigt de aandacht op dit vredig en discreet groen pareltje.

Francine Delépine (27.11.1948)

Conservatrice van het Charliermuseum (1989 - 2008)

Na een carrière in de gerechtelijke sector waar ze politie-assistente was en permanent afgevaardigde bij de Jeugdrechtbank, en in het onderwijs waar ze bewaakster-opvoedster was, herinneren de mensen
van Sint-Joost haar als animatrice van de culturele Foyer van Sint-Joost en de gemeentelijke bibliotheek. Haar activiteiten als uitgever situeren zich bij twee gemeentelijke tijdschriften (Stress, het blad van de culturele foyer en Kiosk). Tenslotte leidt ze van 1989 tot 2008 het Charliermuseum, dat ze defi nitief op de toekomst richt en een nieuwe impuls geeft. Men herinnert zich de grote tentoonstellingen van  Guillaume Vogels, Jacob Smits, Amédée Lynen of Guillaume Van Strydonck om er maar enkele te noemen, evenals de middagconcerten en talrijke hoogstaande conferenties.

Michel Deligne (22.01.1938)

Boekhandelaar, uitgever

In 1972 opende Michel Deligne zijn Curiosity House, de eerstse Brusselse boekhandel gewijd aan oude strips. In bijna 40 jaar tijd stelde hij een collectie samen van 100 000 stuks, een onschatbaar  patrimonium dat in 2008 van Sint-Joost naar Koekelberg moest verhuizen door de druk van de immobiliënsector. Het adres in de Braemtstraat was wereldberoemd en een verhuis van 7 maanden, geholpen door de financiële crisis, deed hem bijna 60 % van zijn cliënteel verliezen. Naast deze echte grot van Ali Baba ligt hij ook aan de bron van het Curiosity Magazine van de Belgische Kamer van stripspecialisten. De pionier van de heruitgave van strips in België is een onmiskenbaar deskundige maar ook een gepassioneerd persoon die op het gevoelen functioneert, een gedrag dat niet altijd samengaat met zakendoen. Deze hartelijke man bezit ook andere schatten zoals fresco’s, gesigneerde boeken en
originele platen.

Joseph Delmelle (1915 - 1986)

Dichter

Voor het eerste deel van zijn werk zocht hij inspiratie in zijn werkomgeving. Als ontvanger van de Brusselse Tramways en daarna directieassistent, vooraleer perscorrespondent te worden bij de afdeling public relations van de Intercommunale (MIVB), ontstaan zijn eerste verzen uit het leven van elke dag, met soms een nogal rammelende kant in het ritme. Hij zal in het totaal een twaalftal dichtbundels
publiceren die geïnspireerd zijn op de jeugd en de natuur. Hij behaalde verschillende prijzen. Hij publiceerde ook veel proza dat monografieën bevat van schilders, studies over litteraire geografie van de belangrijkste Belgische streken en documentaire boeken zoals de geschiedenis van de Belgische trams en buurtspoorwegen. Hij is geboren in Jambes en woonde lang en tot het einde van zijn leven in Sint-Joost.

Jean Demannez (15.02.1949)

Burgemeester 1999-2012

Hij is de huidige burgemeester van Sint-Joost en lid van de Parti Socialiste. Hij was voorzitter van de Intercommunale Maatschappij voor Waterdistributie (Vivaqua) van 2000 tot 2006 en is ook voorzitter van de bestuursraad van de Botanique. Jean Demannez is geboren in 1949 en was schepen van 1978 tot 1999, waarna hij Guy Cudell opvolgde als burgemeester. Van 1989 tot 2001 was hij ook Brussels   volksvertegenwoordiger. Naast zijn politieke activiteiten is hij ook bekend voor zijn liefde voor de muziek en meer bepaald voor de jazz. Hiervoor startte hij een project op voor een cultuurhuis dat gewijd is aan de jazz in het kader van een herwaardering van het oude stationsgebouw aan de Leuvensesteenweg, het Jazz Station dat zijn deuren opende in 2005. Ieder jaar organiseert hij ook het festival Saint-Jazz-ten-Noode in de maand september, dat Toots Thielemans ontving in 2010 ter gelegenheid van zijn 25ste editie. Hij heeft ook gezorgd voor het behoud van de Mommenateliers en de opening van de sportzaal Liedts.

Roland Denaeyer & Colette Van Poelvoorde (1930 & 1931)

Graficus, Schilder

Zijn werk als tekenaar begint met een stuk inpakpapier, indien mogelijk stuk gescheurd, muziekpartituren of oude rekeningenboekjes die hij nadien vult met zijn logogriefen (beelden van schrift) en zijn borsteltrekken met Chinese inkt. In 2009 exposeert hij in de Galerie 18+1 van Sint-Joost, met zijn echtgenote Colette Van Poelvoorde die schildert. Samen maken ze een rijk en origineel vierhandig werk. In 2006 publiceert hij Bruxelles, sous les tabatières de zinc, waarin 29 van zijn tekeningen teksten vol nostalgie van Pierre Puttemans illustreren. Enkele bevoorrechten kunnen een exemplaar bemachtigen van Toute la mer va vers la ville, een pareltje vol beelden van het koppel die teksten van Emile Verhaeren illustreren. Deze publicaties begonnen toen hij met pensioen ging na een loopbaan van 35 jaar in het onderwijs.

Christophe Dessouroux, « Mister Emma » (13.11.1969)

Producer

Omdat hij sinds zijn jeugd gepassioneerd is door de beeldbuis, laat hij zich niet ontmoedigen door gesloten deuren van de RTBF en richt in 1998 zijn eigen productiehuis op. Zijn uitzending Les Nuits de la pleine lune wordt dertien maanden lang uitgezonden op Télé Bruxelles; de 100ste uitzending geeft in maart 2009 aanleiding tot een colloquium over de toekomst van de Europawijk. Om alles te weten over de actualiteit van mensen, kunst en nieuwe trends in Brussel, is zijn Mister Emma onmisbaar geworden.
Zijn interviews beginnen in 2004, wanneer video nog niet erg ingeburgerd is op het scherm, en zijn interviews bereiken iedere maand een 10 000 surfers op internet. Hij schopt heilige huisjes omver maar
ongetwijfeld liggen hierin de kiemen van de televisie voor morgen. Hij woont in Sint-Joost en werkt ook mee in de TAG.

Khadidiatou Diallo (10.08.1955)

Militante

Khadidiatou Diallo, die op 7-jarige leeftijd besneden werd en op 12-jarige leeftijd werd uitgehuwelijkt aan een man van 40, is vastbesloten tot haar laatste snik te strijden tegen genitale verminking bij vrouwen,
die nog zeer ingeburgerd is in Sub-Sahariaans Afrika en het Arabisch schiereiland. Door haar doorzettingsvermogen heeft ze kunnen overleven en haar geboorteland Senegal ontvluchten. Sinds ze in België is, heeft ze haar leven opnieuw hernomen, leert ze lezen en schrijven en sticht in 1996 de GAMS (Groepering van Europese en Afrikaanse mannen en vrouwen die strijden tegen genitale verminking en gedwongen huwelijk), met zetel in Sint-Joost. De vereniging volgt ieder jaar een 200-tal besneden vrouwen, door ze gynaecologisch onderzoek en een psychologische begeleiding aan te bieden. Mw Diallo was een van de 100 uitzonderlijke vrouwen 2011 in België.

Eduardo Diaz Santo (11.11.1963)

Binnenhuisarchitect

Als inwoner van de Pacifi c-toren is hij een fervent voorstander van verticaal wonen. Hij is Cubaan van origine en komt in 1997 in België aan met een diploma van gegradueerde in de bouw op zak en verwerft een beetje later de Belgische nationaliteit. Dankzij het OCMW grijpt hij de kans om studies te volgen in Saint-Luc waar hij een diploma binnenhuisarchitect behaalt terwijl hij even daarvoor niet eens Frans sprak. Tegenwoordig werkt hij aan projecten voor het Brussels metronet bij Brussel Mobiliteit als afgevaardigde van de MIVB, gedetacheerd door het Gewest. In 2090 start Eduardo met een blog Saint-Josse-ten-Noode Panorama waarmee hij reageert tegen de clichés die de ronde doen over de gemeente.
Het idee is met behulp van beelden, het echte gezicht van de gemeente te tonen: altijd veelvoudig, zeer dikwijls onverwacht. Zijn blog heeft iedere maand 2000 bezoekers. Hij publiceert regelmatig mooie foto’s die hij hoog van op zijn 22ste verdieping neemt.

Hubert Dradin (25.12.1927 - xx-xx-201x)

Schepen (1973 - 2001)

Hubert Dradin, ook een bekende fi guur in Sint-Joost, was 28 jaar lang schepen, in 1973 eerst als vervanger van Jean Mardulyn, dan na de verkiezingen van 1976, in hetzelfde jaar als Jean Demannez, en tot het overlijden van Guy Cudell in 1999. Hij was vooral actief op het vlak van openbare werken. Nadien is hij niet meer opgekomen bij de verkiezingen. Maar de lokale openbare zaken interesseerden hem reeds langer, vermits hij gemeenteraadslid was sinds 1959. Aan hem is het te danken dat de prachtige tuinen van de Botanique omheind zijn met een mooi hek en hij zorgde ook voor de bescherming
van de Armand Steurssquare door hem te voorzien van hoge tralies, die de waarde van deze groene ruimte, die kostbaar is in Sint-Joost, benadrukt. Hubert Dradin was ook bestuurder van de HBM (Goedkope Woning) tot in 2001. In 2009 kreeg hij de titel van ere-schepen.

Yvonne du Jacquier (1904 - 1994)

Conservatrice van het Charliermuseum (1961 - 1969)

Onder haar echte naam Emma Lefebvre, begon ze in 1926 op de gemeente te werken als steno-dactylo, vooraleer secretaresse van de burgemeester te worden. Ze was autodidact en ijverde voor een beter statuut van de vrouwen. Jaar na jaar klom ze hoger in het gemeentebestuur. Het schijnt dat deze sociale klim haar gemotiveerd heeft om van naam te veranderen. Ze schreef verschillende artikelen over de geschiedenis van de gemeente die samengebracht zijn in twee werken die referenties blijven: Saint-Josse-ten-Noode au 19e siècle (1960) en Saint-Josse-ten-Noode au temps des équipages (1963). Als lid van de Belgische vereniging voor voordrachtgevers, gaf ze meer dan 200 lezingen in het ganse land. Ze schreef ook romans.

Albert Dupuis (1877 - 1967)

Componist

De laatste jaren van zijn leven, van 1953 tot 1967, woonde hij in Sint-Joost. Hij werd wees op 15 jaar en werkte als repetitor in het Grand-Théâtre van Verviers terwijl hij zijn studies vervolgde. Hij was een briljant leerling en op 18-jarige leeftijd werd zijn eerste komische opera gemaakt. In 1903 ontvangt hij de Belgische Grote Eerste Prijs van Rome (verschillend van de Franse prijs) met zijn cantate La Chanson
d’Halewyn en op 5 maart heeft in de Muntschouwburg de première plaats van zijn opera Jean-Michel. In 1905 wordt hij tot orkestleider van het Theater van Gent benoemd en na het einde van het seizoen trekt
hij zich terug om te componeren. In 1907 stelt het gemeentebestuur van Verviers hem de post van directeur van het conservatorium voor, een functie hij aanvaardt en verder zet tot aan zijn pensioen in 1947. Tijdens zijn leven kenden zijn werken een zeker succes in Brussel en in de grote steden van België en Frankrijk, in het bijzonder zijn opera La Passion, die meer dan 150 maal opgevoerd werd in de Munt.

E

Mohamed El Baroudi (1935 - 2007)

Filosoof

In 1966 verlaat hij zijn geboortestad Casablanca voor België, op het ogenblik van de massale aankomst van Marokkanen in Brussel. Hij schrijft zich in aan de ULB, waar hij een toegewijde leerling is van Armand Abel, specialist Arabische en Islamitische cultuur. Als leerkracht Arabisch en universele cultuur legt in België een basis bestemd om de cultuur van zijn origine bekend te maken bij zijn landgenoten en om de kennis van hun moedertaal te beklemtonen. Hij start met een onthaalstructuur voor migranten zodat ze de binding met hun land van herkomst behouden. Deze militante filosoof moedigt de  multiculturaliteit aan via samenwerking tussen de Marokkaanse en de Belgische cultuur.

F

Tuur Florizoone (25.11.1978)

Accordeonist

“Accordeon is zoals heel dicht tegen iemand aan dansen… Het is op uw vel gekleefd, op uw hart, je voelt de bassen met je lichaam.” Wanneer Tuur Florizoone praat over zijn accordeon, glinsteren zijn ogen. Hij is pianist van opleiding en is toevallig overgestapt op de versie met bretellen. Tijdens een reis in Hongarije met een circusgezelschap, koopt hij in een opwelling zijn eerste accordeon.
Hij is 14 en het hek is van de dam! Als hij 17 jaar oud is, vertrekt hij naar Brazilië om te werken in een vereniging en hij ontdekt er de kracht van de muziek in de Braziliaanse cultuur. Hij probeert de rol van de muziek in de menselijke relaties te begrijpen en onderzoekt alle mogelijkheden van zijn favoriete instrument. Met een accordeon kan men spelen waar en wanneer men wil, maar het is aan de piano dat hij componeert. Hij is lid van de vereniging Les Lundis d’Hortense en treedt regelmatig op in het Jazz Station.

Emile Fourcault (1862 - 1919)

Ingenieur

Deze ingenieur die in Sint-Joost geboren is, is typisch voor de industriële ontwikkeling in België in de 19de eeuw. Hij is uitvinder van het uitrekken van vensterglas. In 1901 vraagt hij een eerste octrooi aan met Emile Gobbe en de eerste rekmachine ziet het levenslicht in Dampremy. Het glas is doorzichtig maar staat bol. Hij vraagt nadien een ander octrooi aan en slaagt in de glasfabrieken van Jeumont erin glasplaten uit te rekken van één meter breedte en een gelijke dikte, die kan variëren van twee tot acht millimeter. In 1912 produceren de glasfabrieken van Dampremy 8 miljoen m³ gerekt glas. Na de oorlog wordt de productie van zijn fabriek stilgelegd en hij sterft het daaropvolgende jaar. Maar de Waalse glasnijverheid zal van zijn uitvinding profi teren en kan verder de concurrentie aangaan met de Verenigde Staten waar een gelijkaardig procedé was ingevoerd.

Henri Frick (1850 - 1930)

Burgemeester (1900 - 1926)

Hij was bijna 30 jaar lang burgemeester in Sint-Joost, tijdens een bijzonder moeilijke periode, de eerste wereldoorlog. Hij wordt herinnerd als een waardig en gerespecteerd man, goed gekend in administratieve, literaire en artistieke middens. Als burgemeester zette hij de grote werken van zijn voorgangers verder. Hij had zin voor initiatief, was intelligent en overtuigd en gaf blijk van ijver en toewijding voor iedere opgave ten gunste van de belangen van Sint-Joost. Hij had ook zin voor humor… “Sire, bij monde van mijzelf heten de 30 000 inwoners van deze gemeente Uwe Majesteit welkom” was de toespraak die hij gaf aan het Noordstation om Koning Albert I te ontvangen. Hiervoor ontving hij gelukwensen van het paleis, want de Vorst waardeerde korte toespraken

G

George Garnir (1868 - 1939)

Journalist en schrijver

George Garnir is in 1868 geboren in Bergen. Als volledig ingeburgerde niet-Brusselaar installeert hij zich in Sint-Joost in 1885 en zal er zijn hele leven doorbrengen. In 1910 sticht hij samen met Léon Souquenet en Louis Dumont-Wilden het beroemde weekblad Pourquoi Pas? dat erg geliefd is bij de Brusselaars. Als dichter, dramaturg, revue- en romanschrijvers heeft George Garnir ons een vijftigtal werken nagelaten die nu eens teder, dan weer humoristisch zijn, over de Condroz (Les Charneux, Les Dix Javelles) maar ook over de Brusselse zeden (Le Conservateur de la Tour noire) en de zeer gezochte trilogie Zievereer, Krott & Cie., Architek, geïllustreerd door Amédée Lynen en Gustave Flassschoen. Ze werken ook lange tijd voor het betreurde tijdschrift, waar de beroemde Dialogues de la Semaine van Léon Crabbé, alias Virgile, ontstonden.

Noël Godin, « L’entarteur » (13.09.1945)

Agitator, humorist

Georges Le Gloupier heeft een vorm van terrorisme uitgevonden met een geduchte efficiëntie, die  verschrikkelijk goed overkomt in de media en geen vlieg kwaad doet. Deze discrete inwoner van  Sint-Joost is in de hele wereld bekend want er zijn uiteraard mensen die hem nabootsen. Hij ligt aan de bron van de Internationale pâtissière. Hij zou met zijn activiteit gestart zijn in 1968, wellicht zonder te weten welke ongeloofl ijke impact zijn aanvallen zullen hebben. Marguerite Duras was zijn eerste slachtoffer en sindsdien werden talrijke beroemdheden met taarten bekogeld, zoals Nicolas Sarkozy en Bill Gates. Ook mensen die hij bewondert, zijn soms slachtoffer van hem, zoals Jean-Luc Godart. Het zal ook een van de weinigen zijn die slim reageert; anderen, zoals BHL, lijken het nog altijd niet begrepen te hebben… Hij schreef een tiental werken, waaronder Crème et châtiment.

Marc Grauwels (01.04.1954)

Dwarsfluitspeler

Marc Grauwels is ongetwijfeld een van de meest vooraanstaande fluitisten van het ogenblik in België. Zijn eclectische instelling als solist op de internationale scène heeft talrijke componisten uit heel de wereld eïnspireerd om speciaal voor hem te schrijven of om hem aan te spreken voor de creatie van hun nieuwe stukken. Hij is eveneens “endorser” voor de beroemde Japanse fluitenfabrikant Miyazawa. Marc Grauwels schrikt niet terug voor de meest verschillende muzikale genres en wisselt graag Piazzolla af met Mozart en Bach met Ravi Shankar… Hij werkte ook mee aan de realisatie van de geluidsband van de film Amadeus van Milos Forman en aan het integrale oeuvre van Mozart, wat een groot commercieel succes werd. Met een minimum van honderd concerten per jaar over hel de wereld, een discografie van meer dan 60 opnames waarin hij als solist optreedt en meer dan 15 000 pagina’s op Internet,die aan hem gewijd zijn, toont Marc Grauwels aan dat een goede artistieke aanpak een fl uitist heden ten dage kan brengen tot de hoogste publieke erkenning.

H

Hugues Hausman (21.05.1970)

Acteur, producer, tekenaar

Kinderen die de toneelstukken van het Théâtre du Papyrus hebben gezien of tussen 1996 en 2010 keken naar de RTBF-uitzendingen Ici, Bla-Bla, kennen hem zeker. Als “Hugues Hausman u vertelt dat alles goed
gaat”, geeft hij u zin om het te geloven, met zijn zwarte overtuigende humor. Nieuwsgierig en  ondernemend als hij is, maakt hij buiten deze one-man-show die hij soms herneemt, kortfilms waaronder The Twice-A-Month Gang die de 1ste prijs kreeg op het internationaal festival voor de onafhankelijke film van Brussel in 2001. Zijn eerste langspeelfilm, Bonne année quand même!, is een zwarte en aparte  komedie, geproduceerd door RTL-TVI, een première in het Belgisch audiovisueel landschap. Hij tekent ook, maar dat blijkt een erfelijke aandoening te zijn: zijn vader, grootvader en stiefvader waren allen tekenaars…

Famille Hayoit (1898)

Hofleverancier

Het huis Hayoit werd opgericht in 1898, is gespecialiseerd in huishoudlinnen en is hofleverancier. Een familiebedrijf bij uitstek dat met zijn eeuw ervaring en zijn voorraad van 10 000 referenties, een echt instituut vormt. Het huis, gelegen aan de Leuvensesteenweg, is een zeer mooi Art-Deco-huis, dat typisch is voor de periode tussen de twee wereldoorlogen.

Jacques Hislaire (01.12.1930)

Journalist, schrijver

Hij is vooral bekend als toneelcriticus, tot op het punt dat hij een belangrijke referentie geworden is in de Brusselse theatermiddens. In 2005 publiceerde hij bij de Editions du Passage in Sint-Joost een kroniek van de Brusselse theaters die start in 1943 en waarin hij zich vooral laat leiden door zijn favorieten. Hij verheugt zich over het feit dat de tweede Franstalige theaterstad ter wereld een zo overvloedig aanbod heeft dat te voet bereikbaar is. Hij is ook journalist geweest bij La Libre Belgique waar hij in 1954 begon om in 1980 hoofd te worden van de afdeling politiek vooraleer de cultuurpagina’s te superviseren tot in 1992. Hij schreef ook de politieke pastiches zoals J’ai vu mourir  la Belgique, gepubliceerd in 1990, of satires zoals Femmes savantes rue de la Loi. Zijn zoon Bernard is niemand minder dan de beroemde Yslaire, auteur van de mythische stripreeks Sambre.

Wout Hoeboer (1910 - 1983)

Schilder

Hij volgt opleiding aan de academie van Rotterdam en verschillende reizen in Duitsland doet hem adept worden van de ideeën van Bauhaus. Vanaf 1924 werkt hij in verschillende grafische bedrijven en stelt
zijn eerste reliëfs en collages tentoon in 1927. Na de oorlog wordt hij dadaïst en staat zeer dicht bij surrealisten zoals Christian Dotremont, Marcel Broodthaers, Pol Bury of de schrijver Marcel Mariën. Hij onderhoudt contacten met de gekende kunstenaarskring CoBrA en later, in de jaren 50, met Arte nucleara in Italië. Als veelzijdig kunstenaar uit hij zich in performances, door tijdschriften te illustreren of nog door te spelen in avant-garde-films uit die tijd. Van 1976 tot aan zijn dood was hij verbonden aan de Mommenateliers.

Jacques Huisman (1910 - 2001)

Theaterdirecteur

Hij volgt een ingenieursopleiding maar gaat zich richten tot de toneelwereld die hij nooit meer zal verlaten. Op het einde van de tweede wereldoorlog lanceert de Belgische regering een projectoproep om kwaliteitstheater te promoten. Het Théâtre National wordt in 1945 opgericht en Jacques Huisman leidt dit toneelhuis 40 jaar lang met grote passie. Hij bewonderde acteurs zoals Peter Brook waarvan hij een stuk brengt in woelige tijden, maar ook Bertolt Brecht en Dario Fo, die persoonlijk komt toezien op een stuk dat zeer kritisch is tegenover Amerika. Buiten de directie van het theater, regisseert Jacques Huisman ook een honderdtal stukken. In 1959 ontvangt hij de “Eve du Théâtre” voor La Chasse aux sorcières. Tot aan zijn dood bezoekt hij zalen op zoek naar nieuwe talent.

I

Patricia Ide & Michel Kacenelenbogen (1957 & 1960)

Toneelspelers

Twee toneelspelers, een echtpaar, gaan de uitdaging aan om een nieuw theater op te richten in de hoofdstad waar er al 80 zijn. Na tien jaar lang fondsen bijeengebracht te hebben, gaat het theater “Le Public” in 1994 open in een oude brouwerij. Het toneelhuis financiert zichzelf de eerste jaren en wordt nadien gesteund door de Franstalige Gemeenschap. Nu is het een culturele  referentie in Brussel. Iedere avond staan er een 500-tal bezoekers te drummen. De ervaring uit hun communicatiebureau KI leerde hen aandacht te hebben voor alle details voor het onthaal van het publiek; ze hebben zelfs gedacht aan babysitten voor de jonge ouders. De eerste Conservatoriumprijs in 1981 en die van Manager van het Jaar 1988 (Michel Kacenelenbogen) tonen aan dat kunst en zakendoen soms goed kunnen samengaan.

J

Pascale Jamoulle (23.08.1961)

Antropoloog

Pascale Jamoulle is antropoloog, licentiaat letteren, sociaal assistent, lesgever en onderzoeker aan het laboratorium voor prospectieve antropologie van UCL en bij de dienst mentale gezondheid Le Méridien.
Ze publiceerde Des hommes sur le fi l (2008), La Débrouille des familles (2002) en Drogues de rue (De Boeck). Na drie jaar onderzoek in de rosse buurt, publiceert ze in 2009 een gevoelig werk over de kwetsbare bevolking zoals prostituees en dakloze vrouwen die ertoe gebracht zijn hun seksualiteit op straat te beleven, in soms zeer gewelddadige omstandigheden. De wetenschappelijke strengheid van haar werk is geen hindernis voor een fijne menselijke benadering van deze moeilijke onderwerpen. Ze behandelt respectvol maar zonder omwegen onderwerpen die soms taboe zijn. Haar onderzoek  Fragments d’intime geeft een opbouwende verheldering van een wijk die men links wil laten liggen.

Claude Javeau (1940)

Socioloog

Hij is van opleiding handelsingenieur en werd een beetje per toeval aangeworven voor het instituut voor sociologie van de ULB. Uit genegenheid voor het vak en door zijn goede relaties met Henri Janne, de
grote prof sociologie van dit tijd, zet Claude Javeau zijn loopbaan op dit spoor verder. Hij wordt, na Henri Janne, directeur van het centrum voor algemene sociologie van de ULB in het begin van de jaren 80.
Claude Javeau is ook bekend voor zijn natuurlijke spot en zin om te provoceren. Hij schreef een vijftiental werken zoals Prendre le futile au sérieux of l’Eloge de l’élitisme. In Sint-Joost is hij voorzitter van het
Arabisch cultureel centrum dat lessen taal en kalligrafi e organiseert, evenals conferenties en  tentoonstellingen om de Arabische en Europese cultuur dichter bij mekaar te brengen.

René Julien (18.06.1937)

Beeldhouwer

Hij is geboren in Hollogne-sur-Pierres en studeerde aan de Academie van Luik vooraleer zich te installeren in Brussel. Hij maakt glas-in-loodramen en fresco’s vooraleer in 1968 zijn eerste beelden te maken in gepatineerd brons. Sindsdien heeft René Julien een beetje overal in Europa tentoongesteld. In Brussel kan men zijn werken bewonderen voor het Berlaimontgebouw, het Brussels Parlement of op de luchthaven van Zaventem… en voor het gemeentehuis van Sint-Joost. Zijn werk is zeer herkenbaar door zijn onschuldige vrouwenfi guren die erg op mekaar gelijken, als een soort muze die hem begeleidt. Ze zijn zo levend en guitig dat het niemand verbaast iemand voor een beeld van René Julien te zien lachen. Hij woont al verscheidene jaren in de buurt van Cavaillon waar ook zijn atelier is maar in Sint-Joost stond hij aan de leiding van de “Académie des Beaux-Arts”.

K

Marc Kissous (1951)

Ondernemer

Als hij rond zijn 21ste in België aankomt, start hij vrij vlug in de textielsector, in het begin in het kleine knopenbedrijf van zijn ouders. Zonder studies te hebben gedaan, leert hij uit de school van het leven. Het uithangbord van Dod is momenteel in het ganse land gekend, stelt meer dan 300 mensen te werk en telt een twintigtal winkels. Deze drie letters betekenen “nonkel” in het Hebreeuws en zijn de bron van dit origineel concept van voorraadvermindering door verkoop van grote merken. De eerste die hem hun vertrouwen gaven waren destijds In Wear en Matinique maar sedertdien zijn de winkels aan de Leuvensesteenweg echte grotten van Ali Baba geworden, gevuld met prestigieuze merknamen tegen verlaagde prijzen. De formule verleidt en het concept is uitgebreid met kledij voor mannen, voor kinderen, schoenen en lingerie. Marc Kissous ligt altijd op de loer, klaar om zichzelf in vraag te stellen en houdt het schip aan de goede kaap.

L

Jean-Michel Lambermont (15.02.1951)

Huisarts

Jean-Michel Lambermont is ongetwijfeld een symbool van een nieuwe levenswijze in de stad. Wonen en werken in dezelfde straat blijkt een eenvoudige oplossing om mobiliteitsproblemen op te lossen. Hij werkt in het medisch huis dat in 2010 werd ingehuldigd in zijn nieuwe lokalen Dwarsstraat 17-21 en hij woont een beetje verder. In 2009 was zijn huis een van de “modelgebouwen” van het Gewest. Zijn eengezinswoning was te groot geworden voor twee en hij heeft het verbouwd tot drie appartementen waarvan er twee zijn verhuurd als sociale woning via het AIS (sociaal immobiliënagentschap) dat eveneens heeft meegewerkt aan het totale renovatieproject. Hij bezet de gelijkvloerse verdieping waar hij een dokterskabinet heeft gehouden. Sociale gemengdheid, energieprestaties en zachte mobiliteit, een winnend trio dat bijzonder goed is aangepast aan het profi el van Sint-Joost.

Jos Laporte (1949)

Geschiedschrijver

Zijn ouders baatten een kruidenierszaak uit in Sint-Joost en sindsdien heeft hij altijd een nauwe band  gehad met de gemeente. Jarenlang was hij voorzitter van de Raad van Bestuur van het Vlaams  gemeenschapscentrum Ten Noey. In 1971 wordt hij secretaris van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde van Brussel, waarvan hij ook voorzitter was van 1982 tot 2005, waarna hij ere-voorzitter werd. Hij is gepassioneerd door geschiedenis en genealogie, ijvert voor tweetaligheid in Brussel en verdedigt met overtuiging de Vlaamse cultuur. In de portrettengalerij fi gureert Jos Laporte ook tussen de gekende koppen van Sint-Joost.

Jean Leclercqz (06.11.1955)

Kunstenaar, galeriehouder

Jean Leclercqz heeft eerst enkele jaren doorgebracht in Louisiana als leraar Frans vooraleer zijn loopbaan als grafi cus aan te vatten in Duitsland bij een Europees observatorium voor sterrenkunde. Hij zet deze
activiteiten momenteel verder in Sint-Joost waar hij zijn communicatiebureau Altitude vestigt. Door zijn reizen maar ook in zijn werk, worden de hoogte, de ruimte en de luchtvaart thema’s die zich op een  natuurlijke manier opdrongen. De eerste vliegende machine “Flying machine” kwam er een beetje bij toeval tijdens het ontwerp van een logo voor een Europees luchtvaartprogramma. Sedertdien heeft hij  meer dan 200 vliegende machines, de ene na de andere, ontworpen. Hij heeft reeds tentoongesteld in het Jubelpark en in oktober 2011 zal hij te zien zijn op de Art Fair in Wenen.

Thibault Lenaerts (22.07.1969)

Musicus, zanger

Deze bescheiden Brusselaar woont in de gemeente sinds het begin van het nieuwe millennium. Hij stelt zich voor als musicus alhoewel hij tenorzanger is van opleiding. Thibaut Lenaerts geeft lezingen aan het
Koninklijk Conservatorium van Brussel en neemt zo deel aan de grote hervorming van het hoger  kunstonderwijs in de Franstalige Gemeenschap. Met Le Petit Sablon biedt hij aan leerling-instrumentalisten en -zangers een mogelijkheid hun kunst in goede omstandigheden te beoefenen. Met vindt het ensemble op talrijke podia in Europa en hij heeft overal ter wereld gezongen. Hij werkt met regisseurs zoals Robert Carsen, Fédéric Dussenne of Déborah Warner… Thibaut Lenaerts geeft les aan de Koninklijke Conservatoria van Brussel en Luik. Hij heeft meegewerkt aan een dertigtal cd’s en organiseerde een gedurfd concert met barokmuziek in de Sint-Joostkerk in 2010.

Léopold Lenders, « Pol » (1905 - 2000)

Jazz-promotor

Léopold Lenders, bijgenaamd Pol, is een authentieke Brusselse folkloristische figuur. Als zoon van een bloemenverkoopster op het Rogierplein, wordt hij “portier” in een van de meest trendy tenten van de zestiger jaren, vooraleer vervolgens te beginnen met het openen van jazz-gelegenheden: Carton Club, Victory Club, Pol’s Jazz club, Bierodrome. Hier laat hij de grote namen van de blues en de swing aantreden. Men vertelt van hem dat hij iedereen uitkafferde maar met niemand ruzie maakte. In 1991 laat hij de Bierodrome over en vertrekt voor de eerste keer naar de USA en ontdekt New-Orleans.

Cynthia Loemij (1969)

Danseres

Cynthia Loemij is lid van het Gezelschap Rosas, geleid door Anne Teresa De Keersmaeker. Ze begon te dansen rond 10 jaar, meer bepaald door lessen latino-Amerikaanse dans en salondansen te volgen. Ze behaalde een diploma danslerares aan het dansconservatorium van Rotterdam in 1991. In het begin van de jaren 1990 wordt ze permanent lid van het gezelschap Rosas. Vanaf dan treedt ze op in praktisch alle nieuwe voorstellingen van ATDK en wordt een spilfi guur van het gezelschap. Ze werkt eveneens mee aan de fi lm van Thierry De Mey Prélude à la mer (2010) waarin een choreografie van De Keersmaeker gemengd wordt met de ecologische problemen rond het Aralmeer. Hetzelfde jaar sticht ze met Mark Lorimer, een andere danser van Rosas, het choreografisch project OVAAL dat zijn eerste creatie Intimate brengt. Cynthia Loemij is ook lesgeefster bij de dansschool P.A.R.T.S. in Brussel en woont in Sint-Joost.

Michel Lombet (1959 - 2008)

Fotograaf, cineast, schilder

Zijn eerste werken met beelden ontstaan via de fotografie, waarna hij andere media en dragers gebruikt zoals film, video en schilderen. Michel Lombet realiseert verschillende kortfilms die bekroond werden op internationale filmfestivals. In de schilderkunst is hij vooral gefascineerd door het licht en de kleuren van de impressionisten en fauvisten. Zijn doeken weerspiegelen zijn positieve instelling. Als gepassioneerd,
enthousiast en onvermoeibaar kunstenaar, heeft hij de video-ateliers van het Centre Multimédi van Sint-Joost geanimeerd en zijn talent en zijn passie doorgegeven aan talrijke jongeren. De prijs van de beste productie van het Festival van de Onafhankelijke fi lm draagt zijn naam.

Amédée Lynen (1852 - 1938)

Schilder, karikaturist

Na het overlijden van de kunstenaar Amédée Lynen, die in Sint-Joost geboren is, wordt het doodlopende gedeelte van de Karel VI-straat herdoopt tot Amédée Lynenstraat, tot zijn eer en glorie. In 1963 wordt
deze straat doorgetrokken en ze vervoegt de Sint-Jooststraat. Lynen was leerling van de lithografen Lauters en Stallaert aan de Academie van Brussel en hij verwierf bekendheid als illustrator van kunsttijdschriften en boeken, zoals de Legende van Tijl Uilenspiegel van Charles De Coster. Deze tekenaar en aquarellist van volkstaferelen was tegelijk typograaf en ontwerper van ex-librissen en affiches. In zijn tekeningen laat Lynen “het leven van vroeger” herleven met een gemengde techniek.
Zijn studies in olieverf tonen nauwkeurige afbeeldingen van liefdadigheid tijdens de eerste wereldoorlog.

M

Thierry Martens, « Yves Varende » (1942 - 2011)

Stripauteur

Onder zijn pseudoniem Yves Varende publiceerde hij geleerde studies over de detectiveroman van het begin van de 20ste eeuw. Deze verschijnen als inleiding van heruitgaven van de avonturen van Lord Lister en van Sherlock Holmes. Hij is ook de auteur van sciencefi ctionromans zoals Les Gadgets de l’Apocalypse in 1978 en twee jaar later schrijft hij (in samenwerking met Henri Filippini, Jacques Glénat en Numa Sadoul) een ambitieuze Histoire de la Bande Dessinée en France et en Belgique. Maar het is wellicht als hoofdredacteur van het blad Spirou dat hij het meest gekend is. Hij werkte nog onder andere pseudoniemen, zoals Monsieur Archive, Thérence of Al-Bomm. Hij woonde lang in Sint-Joost en is er ook gestorven.

Pascale Missenheim (02.05.1965)

Vertelster

Pascale Missenheim bezit een schat die ze dertig jaar lang samenstelde. Van jongs af aan stelde ze veel belang in aftelrijmpjes (in het Frans, maar ook in het Afghaans, Pools, Turks, Engels of Nederlands...), deze liedjes die generaties lang meegaan. Al vlug merkte ze de structurerende en educatieve kracht bij de allerkleinsten. Nu kent ze er tientallen in veel verschillende talen. Als dochter en kleindochter van Waalse spoorwegbeambten, waarvan enkel de naam Elzasser klinkt, doorkruist ze Europa per trein. Het is in Zuid-Italië dat ze haar eerste cultuurshock ervaart. De reis- en treklust laat haar niet meer los. Talrijke professionele ervaringen verbreden het gamma van haar animatie: theater, psychomotoriek, verhalen, ceramiek… bij het publiek van de vzw Eyad.

Adelkhalak Mkadmi (18.01.1978)

Taekwondo-trainer, elektricien-mecanicien

Hij woont sinds 1999 in Sint-Joost en richtte er het Institut de Taekwondo de Bruxelles op. Overdag is hij elektricien-mecanicien in een Brusselse drukkerij en zijn vrije tijd besteedt hij aan zijn favoriete sport. In
de lokalen van de school Henri Frick leert hij zowel jongens als meisjes deze zelfverdedigingssport aan die enkel werkt met respect voor de ander en een gezonde levenswijze. Hij begeleidt jonge beloften  tijdens de competitie in België en Europa. Met een diploma van ADEPS, nationaal scheidsrechter… Hij heeft zijn club bekend gemaakt via de belangrijkste Taekwondo-instellingen. Deze oude onvermoeibare mededinger heeft zich sinds enkele jaren op coaching toegelegd. Zijn droom? Leerlingen naar de Olympische Spelen brengen. Ondertussen traint hij het federale team. Zijn leerlingen staan regelmatig op het podium.

Félix Mommen (1827 - 1914)

Houtbewerker, mecenas

In 1853 sticht hij zijn fi rma gespecialiseerd in kaders. In 1875 worden de winkel en de ateliers overgebracht naar een groter en moderner complex opgericht door architect Ernest Hendrickx (ook ontwerper van de Académie des Beaux-Arts in de Warmoesstraat), in de Liefdadigheidsstraat 37 in Sint-Joost. Hij verkoopt er een gamma toebehoren voor schilders, beeldhouwers en tekenaars en verwerft een internationale faam in kunstkringen. In 1894 vergroot architect Van Massenhove het complex met kunstenaarsateliers waar talrijke artiesten zoals Meunier of de gebroeders Oyens zullen werken. Sinds 1992 is het geheel beschermd omwille van zijn historische en artistieke waarde. In 2006 wordt de gemeente eigenaar van het geheel en renoveert het, waarbij de oorspronkelijke roeping wordt verder gezet. 30 kunstenaars hebben hier hun woning met atelier.

N

Binh Nguyen Van « VanBinh » (13.10.1965)

Beeldhouwer

In juli 2010 stuurt de Vietnamese Beroepsvereniging van België een brief naar Burgemeester Jean Demannez met een merkwaardige en ontroerende uitnodiging. “Sedert lange tijd wil de Vietnamese gemeenschap hulde brengen aan België omdat het op zijn grondgebied duizenden vluchtelingen opgevangen heeft na de droeve gebeurtenissen in hun land… wij vragen uw steun voor de ontvangst van een kunstwerk dat de familiale hereniging en solidariteit uitbeeldt.”. De gemeente werd uitgekozen omwille van haar openheid en haar multiculturaliteit… En zo kwam het dat op 2 oktober 2010 het metalen beeld Humanitude van de kunstenaar Van Binh een plaats kreeg in de tuin van de Europese foyer. Op het ogenblik dat het op de zuil werd geplaatst, was er veel emotie in het publiek en het leek ons eigenlijk zeer kenmerkend voor Sint-Joost.

Christian Nicaes (1930 - 2010)

Beeldhouwer

Deze beeldhouwer, geboren in de Hoevestraat in Sint-Joost, wordt beschouwd als een “grote”, een meester. Hij is discreet en bescheiden, en men kent hem vooral van zijn werk, van de verwijzingen naar hem door andere kunstenaars die hem dikwijls als referentie aanhalen. Als goud- en kunstsmid gaat hij van Arts et Métiers naar de academie om zijn vorming te vervolmaken. Damien Moreau, die met negen andere beeldhouwers tentoonstelt op de Armand Steurssquare, beschrijft hem zo: “Eenvoud van vormen, kracht van de materialen, omvang van het ruimtelijke. Hij had alles begrepen. Wij hebben alles te leren.” Vrienden, leerlingen en collega’s hadden samen het idee om met hem te praten door hun recente werken tentoon te stellen, nu in september, in deze prachtige groene schatkamer van Sint-Joost. Degene die de wetten van de zwaartekracht uitdaagde door zijn werken zin te geven om weg te vliegen, ziet zich zo tweemaal beloond.

Bruno Nicolini, « Bénabar » (16.06.1969)

Zanger

De naam van de maker van Infréquentable is een inversie van de naam van de clown Barnabé. Er werden in 2008 zo’n 1 300 000 exemplaren van zijn plaat verkocht, waardoor de zanger aan de top van het Franse
chanson komt. Met zijn scherpe zin voor waarnemingen van kleine alledaagse dingen die hij met fi jne humor en een vleugje scherpte kan brengen, is het moeilijk hem als een romantische ziel te zien. Nochtans
is Sint-Joost het Venetië van Bénabar! Het is hier dat hij zijn levensgezellin ontmoet heeft waarmee hij twee kinderen heeft. Als hij in 2009 ereburger van de gemeente wordt, getuigt hij, ietwat ontroerd, van zijn liefde voor Brussel en voor Sint-Joost in het bijzonder (hij heeft in zijn jeugd enkele jaren in de Oogststraat gewoond).

O

Auguste Oleffe (1867 - 1931)

Schilder

Hij is opgegroeid in een bescheiden milieu en ging na zijn opleiding aan de tekenschool te Sint-Joost, aan de slag als tekenaar-lithograaf in een drukkerij. Hij raakte, conform de tijdsgeest, in de ban van het sociaalrealisme en verhuisde na zijn huwelijk in 1895 naar Nieuwpoort waar hij grote, sombere  zeemanstaferelen schilderde. Hij was lid van de kring Kunst van Heden en richtte met Thévenet, Schirren en Stobbaerts Le Labeur op waar naturalisme en post-impressionisme hand in hand gingen. Met de erfenis van kunstminnaar Van Cutsem kocht hij in 1906 een woning te Oudergem en, geinspireerd door Manet en Renoir, werden zijn taferelen zorgeloos en huiselijk en het palet helder. La libre Esthétique nodigde hem diverse keren uit en Oleffe werd een voorbeeld voor de fauvisten Wouters en Paerels. In de jaren 60 bekroonde de Prijs Oleffe jong talent uit Sint-Joost.

Piet Ools (14.12.1951)

Directeur gemeenschapscentrum

Hij heeft nooit in Sint-Joost gewoond maar wel een groot gedeelte van zijn leven Brussel doorgebracht. Hij werkt sinds 1995 als centrumverantwoordelijke in gemeenschapscentrum Ten Noey, het Nederlandstalig
cultureel centrum in Sint-Joost-ten-Node. Hier kan je terecht voor informatie over Nederlandstalige socio-culturele activiteiten in de gemeente. Het centrum organiseert ook danscursussen en taalcursussen voor
volwassenen. Er is een jeugdwerking, een toneelgroep, een projectgroep fotografie. Er worden regelmatig tentoonstellingen georganiseerd van plaatselijke kunstenaars. Anderstaligen kunnen terecht bij het wekelijks praatcafé Babbelut. Het vindt ook zijn plaats in grotere projecten als Ten Noey Ten Node of het
wijkcontract de Liedekerke. “Sint-Joost-ten- Node bewijst als kleinste gemeente dat een evenwichtig samenleven tussen vele culturen mogelijk is en daaraan wil ik aan meebouwen.”

Benoît Otjacques (22.09.1957)

Restauranthouder

Ontheemding gewaarborgd in deze oude winkel uit 1900, net tegenover de mooie gevel van de winkels van Hayoit, die in de stijl van een harem is herbouwd. Le thé d’Archi Ahmed was een instituut geworden in Sint-Joost, waarvan de reputatie in heel Brussel gekend was. De baas was al de erplaatsing waard en hij legt zijn hele ziel in het leven van de buurt door culturele evenementen te organiseren. Een niet te missen adres…

P

Jean-Claude Peto (18.10.1930)

Straathoekwerker

Wanneer het Belgisch tijdschrift voor Sociale Zekerheid een grondige studie uitvoert over de armoede-indicatoren in België en meer bepaald over het probleem van de ondervertegenwoordiging van armen in de statistische databanken, vindt men de naam van Jean-Claude Peto bij de bronnen. Idem wanneer de Koning Boudewijnstichting zich buigt over het straathoekwerk (publicatie in 1994). 35 jaar van sociale strijd kan al tellen. Destijds richtte hij de vereniging Notre Village (ons dorp) op, een goede naamkeuze want dit mooie etiket kan men goed op Sint-Joost kleven. De vzw is ontbonden en nu zijn het twee verenigingen, La Ruelle en Inser’Action, die beide zeer actief zijn in Sint-Joost, die de fakkel hebben overgenomen.

Georges Petre (1874 - 1942)

Burgemeester (1926 -1942)

Georges Augustin François Petre werd op 29 mei 1874 geboren in Sint-Joost-ten-Node en zijn tragische verdwijning in de meest duistere periode van onze geschiedenis, in 1942, heeft de geesten beroerd. Hij was advocaat van opleiding en werd als gemeenteraadslid van Sint-Joost-ten-Node verkozen in 1904, werd  schepen van onderwijs in 1913 en nadien burgemeester vanaf 1926. Hij was een  hoogwaardigheidsbekleder in de vrijmetselarij en lid van het Geheime leger. In 1942 wordt hij ontzet uit zijn functie van burgemeester, gevangen genomen en vastgehouden. Op 31 december 1942 wordt hij terechtgesteld door een groep rexisten, collaborateurs van de nazi’s. Merk op dat degene die hem vervangt in 1943, niet op deze lijst voorkomt, een zeer weloverwogen keuze van ons. In de archieven vindt men dat hij laat werkte, rond middernacht naar huis ging, dan nog tot de vroege uurtjes aan zijn dossier werkte en dat hij de aanwezigheid van zijn kat waardeerde in deze stille uren.

Pietro Pizzuti (11.07.1958)

Toneelspeler, auteur en regisseur

Met een diploma sociologie op zak, vervolgt hij zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium voor  toneelkunst van Brussel. Hij is met hart en ziel verknocht aan het theater, kent geen heilige huisjes en men ziet hem op de meeste Belgische podia, met name in het Théâtre le Public. Terwijl hij altijd in beweging is, observeert en ademt hij de poëzie van de woorden. “Ik heb een leven dat lijkt op mijn stad. Een georganiseerde chaos.” In de fi lm draait hij voor Chantal Akerman, Marion Hänsel en de gebroeders Dardenne. Hij is lesgever in verschillende kunstscholen en adviseur van het toneelhuis La Bellone en stichtend lid van de Brigitinnes. Tot driemaal toe wordt hij bekroond met de prijs van beste toneelacteur. Hij woont “op de grens” van Sint-Joost en is zeer bedrijvig in een buurtcomité. Hij is auteur van het zeer mooie stuk L’Initiatrice waarin hij op een zeer gevoelige manier het thema van vrouwenbesnijdenis aanraakt.

Marie Popelin (1846 - 1913)

Advocate

Hier past het eraan te herinneren dat nog niet zo lang geleden, de eed afl eggen aan de Balie van Brussel om advocate te worden, eenvoudigweg onmogelijk was. Men vindt in de archieven van het Belgisch  staatsblad een onverkwikkelijke tekst die bepaalt dat vrouwen, zoals ook minderjarigen, het beroep van advocaat niet mogen uitoefenen. De ingeroepen redenen zijn hallucinant. Op 37-jarige leeftijd besliste Marie Popelin studies rechten aan te vatten nadat ze schooldirectrice geweest was. Ze werd de eerste dokter in de rechten van de ULB in 1888 maar de deuren van de balie bleven voor haar gesloten, ondanks haar bezwaarschriften en ze zal nooit haar beroep kunnen uitoefenen. In 1892 is ze mede-oprichter van de Belgische liga voor de rechten van de vrouw. De jonge vrouwen die vandaag hun studies rechten beëindigen, mogen even aan haar denken tijdens hun eerste pleidooi. Dat zou ze ongetwijfeld op prijs gesteld hebben.

Q

R

Henri Raemaeker, « Ramah » (1887 - 1947)

Schilder

Ramah is de artiestennaam van deze autodidact geboren in Sint-Joost. In 1909 debuteerde hij met etsen bij Le Sillon. Hij raakte bevriend met beeldhouwer Charlier, erfgenaam van verzamelaar Van Cutsem en vond aansluiting bij de Brabantse fauvisten. Vanaf 1912 worden zijn kleurige portretten tentoongesteld bij Galerij Giroux naast werk van Wouters en Bonnard. Als etser illustreerde hij de kunstzinnige uitgave van Verhaerens Les villages illusoires en Uylenspiegel van Ch. De Coster. Beïnvloed door Cezanne begon hij, zoals zijn vriend P. Maas, constructivistische landschappen te schilderen. In de jaren 20 stelde hij ten toon bij de galerijen Le Centaure en Sélection, de belangrijkste voor de expressionisten. Ondanks de kwaliteit volgde het publiek niet. Twintig jaar na zijn overlijden wijdde het Charliermuseum een retrospectieve, aan hem.

Mathilde Renault (26.06.1986)

Componiste, zangeres

Als dochter van muzikanten, papa aan de piano en mama aan de gitaar, begint ze op 15-jarige leeftijd als autodidact piano te spelen. Op 17-jarige leeftijd gaat ze naar het INSAS (een jonge prooi) waar ze slaagt in een eerste jaar BEELD. Dan beseft ze echt wat haar roeping is en ze verandert van richting om cursussen te volgen in solfège, zang en piano in de Brusselse academies. In 2005 behaalt ze de eerste prijs van de Belgische selecties in een compositiewedstrijd en het volgende jaar brengt ze haar 2de album Louana uit samen met de Zweedse saxofonist Jonas Knutsson. Ze maakt een tournee met twee Antwerpse muzikanten
onder de naam Zanga. In 2011 zegt ze de jazz vaarwel en kiest voor een subtiele pop folk en brengt haar eerste solo-album uit, Cameleon Boat. In 2011 treedt ze ook op in de Botanique. Waar ze van houdt in haar buurt in Sint-Joost, is de levendigheid en de fruitkraampjes die ‘s avonds nog open zijn.

Herbert Rolland (xxxx* - 2010)

Toneelspeler, theaterdirecteur

Onder zijn echte naam Rubinfajer, ontsnapt de kleine Herbert op het nippertje aan de deportatie die zijn familie meeneemt. Met zo’n start is het niet verbazend dat hij het toneelhuis dat hij in 1971 opricht samen
met Nicole Dumez, Théâtre de la Vie doopt. Op 19 trekt hij naar de Verenigde Staten en ontdekt er het theater van Bertold Brecht, dat hem diep treft en zijn ganse artistieke loopbaan zal beïnvloeden. De toneelspeler verlaat de USA zonder geld, met vrouw en kinderen, om zijn kans te wagen bij het Berliner Ensemble, het theater dat opgericht is door Brecht. Hij wordt nadien aangenomen als regisseur bij het Volkstheater van Rostock. Heel zijn leven lang heeft hij het verlangen om zich te geven aan de maatschappij en de utopie om haar te veranderen. Daarom is het wellicht dat hij zich altijd tot jongeren richt en een toneelcentrum voor een jong publiek opricht. Hij zat nooit stil en was bestuurder en acteur maar ook af en toe zelfs barman voor zijn theater.

S

André Saint-Rémy (1913 - 1984)

Burgemeester (1947 - 1953)

Hij werd geboren in Sint-Joost en overleed er ook. Hij was dokter in de rechten en wordt op het einde van de oorlog gemeenteraadslid, in 1946. Het jaar daarop draagt hij de burgemeesterssjerp, in 1947 en blijft burgemeester tot in 1953. Daarna wordt hij gemeenteraadslid in Sint-Pieters-Woluwe in 1970. Hij was eveneens volksvertegenwoordiger voor de PSC (oude naam van de CdH).

Dominique Serron (27.04.1961)

Theaterdirecteur

Met de Eerste Prijs aan het Conservatorium voor vertolking en leiding van acteurs, vervolledigde ze haar praktische opleiding met een theoretische benadering en behaalde een licentie in toneelstudies. Daarna volgde nog een opleiding dansen. Ze richtte “L’Infi ni Théâtre” op in 1986 voor het stuk Alice, een  aanpassing van het werk van Lewis Carroll. Haar werk, dat verschillende prijzen kreeg, wordt vooral gekenmerkt door een functionele bezetting van ruimte en tijd en een bijzondere benadering van het lichaam. Ze vermenigvuldigt de activiteiten en zienswijzen, door onophoudelijk bruggen te bouwen tussen het theoretische zoeken en de theatrale praktijken, tussen creatie en onderwijs, tussen het podium en de wereld. Ze verdedigt een cultureel project in interactie tussen het individu en het sociale, het intieme en het openbare, het theater en de stad. Ze verzorgt ook verscheidene opdrachten binnen het onderwijs.

Rik Slabbinck (1914 - 1991)

Schilder

Deze student aan de academie van Brugge en Sint Lucas in Gent werkte van 1936 tot 1938 in het atelier van Permeke die hem zijn techniek van het paletmes leerde. Hij ontving de tweede prijs van Rome in 1940 en in 1943. Zijn werk evolueerde van een somber expressionisme naar een meer heldere en lichte versie met grote oranje vlekken, stillevens of nog landschappen. Hij gaf les in Antwerpen en verbleef in de Provence. In de jaren 50 was hij aanwezig op de Biennale van Venetië, in Sao Paulo en in Menton. Hij verbleef ook in de kunstenaarssite  Mommen en kreeg de Oleffeprijs in 1984.

Patrick Spadrille (11.10.1972)

Acteur

“Mijn beroep van acteur wordt beoefend in verschillende disciplines. Het toneel heb ik benaderd als schepper van mijn projecten. Ik heb verschillende stukken geschreven en heb ze nadien gebracht als acteur of regisseur. De improvisatie heeft mij de gelegenheid gegeven een veelvoud van universums en soorten te ontdekken en een beetje overal te spelen in België, Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, Quebec en Rusland. Daarna ontving de televisie mij met open armen. Met een spot van 2 minuten tot een terugkerende rol in een serie, heb ik de kans gekregen me uit te drukken op alle Belgische zenders. Sinds 2008 is het de fi lm die mijn parcours verrijkt.” Het is met deze woorden dat hij zichzelf voorstelt op zijn website en iedereen zal hem herkend hebben van Fritkot op RTL-TVI en Melting Pot Café op de RTBF. De rubriek Zanger van de website is nog leeg, maar in het oog te houden.

Joëlle Strauss (04.06.1978)

Violiste

Men zo’n naam kwam een muzikale loopbaan wellicht op een heel natuurlijke manier. De echtgenote van Marc Grauwels is violiste en ze speelt bij het orkest Krupnik die bruggen maakt tussen de cultuur van het Oosten en het Westen door middel van muziek. Sinds 1988 brengt deze Brusselse groep verschillende joodse muzikale culturen (asjkenazisch, sefardisch of Israëlisch, profaan of religieus), vooral binnen de joodse gemeenschap. Lang voor het multiculturele in de mode kwam, nam Krupnik deel aan talrijke ontmoetingen met verschillende culturele en religieuze gemeenschappen.

Eva Sturtewagen (11.12.1982)

Strategieconsulente

Ze zijn jong, Vlaams, hebben talent, ze wonen in Sint-Joost. Ze zijn ambitieus, in Sint-Joost en nergens anders. Eva is de spilfi guur van een bijzonder stimulerende groep musici die het initiatief nam voor het Festival Tête àTijd dat in april 2011 voor het eerst georganiseerd werd. Het idee is eenvoudig: in de plaats van het publiek naar de klassieke muziek te brengen, wat soms een hele klus is, is het de classieke muziek die naar het publiek komt. Als kers op de taart zijn de concerten kort en aangepast aan het dagelijkse leven: ze worden gehouden in een wassalon en duren zo lang als een wasbeurt, aan de bushalte in afwachting van de bus en als de muzikant zin heeft om de volgende bus te nemen, is het ook goed. Jonge inwoners die in het oog moeten gehouden worden, en de opvolging is verzekerd, daarover moet men zich geen zorgen maken.

T

Anne Thonet, « Anne Bonnet » (1908 - 1960)

Schilder

Als ze op 17-jarige leeftijd wees wordt, gaat ze werken voor haar onderhoud, terwijl ze, van 1924 tot 1926, avondlessen volgt aan de Academie in Brussel. Na haar huwelijk kan ze zich aan haar schilderkunst wijden onder haar naam van gehuwde vrouw: Anne Bonnet. In 1938 stelt ze tentoon in de galerij Atrium met Gaston Bertrand en Louis Van Lint. Ze vormen de kring La Route Libre. In 1951 werd ze lid van Kunst van Heden en stelde tentoon in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel. Tijdens haar talrijke reizen, vooral langs de Middellandse zee, tussen 1950 en 1955, houdt de kunstenares in haar schriften schetsen bij van wat ze zag en deze dienden als basis voor abstracte werken of stadslandschappen. Anne Bonnet was een bescheiden vrouw en doorkruiste de wereld om hem te veranderen in een gevoelige poëzie die, in haar betere ogenblikken, doet denken aan Paul Klee.

Sam Touzani (19.06.1968)

Acteur, humorist

De Brusselse Berber Sam Touzani noemt zichzelf een “sluipschutter met woorden”. Deze stand-upcomedian, acteur, choreograaf, RTBFpresentator, met meer dan 200 voorstellingen van zijn onemanshow Liberté  Egalité Sexualité in de KVS, hoeft niet meer voorgesteld te worden. Hij was de moedige (onbezonnen?) acteur van Alla Superstar en van A portée de crachat, waarin de Berber geregisseerd wordt door een jood. Hij is loyaal maar zonder toegevingen en incarneert zo de typische gemengde cultuur van Brussel. Hij is een van de stichtende leden van de Espace Magh, cultureel centrum gewijd aan de culturen van de Maghreb, Middellandse zee en het Zuiden. Hij is vurig verdediger van de Rechten van de Mens, militante leek en feminist… en daarbij was hij de eerste presentator van Marokkaanse origine die op de televisie kwam.

Tran Viet Tuoc (12.05.1950)

Restauranthouder

De Aziatische gemeenschap is in het algemeen zo discreet dat niemand eraan denkt ze voor te stellen. In het geval van Mijnheer Tuoc moet niet alleen onderlijnd worden dat zijn lichte keuken uitstekend is en gastronomisch kan genoemd worden, maar vooral dat hij sinds hij aankwam in de gemeente, jaarlijks het  zogenaamd Chinees Nieuwjaar viert. Dit feest is eerder het lunaire Nieuwjaar, want het wordt in veel andere landen dan China gevierd. Tussen 21 januari en 20 februari wordt de Pacifi catiestraat gevuld met vuurspuwers en gekostumeerde dansers en het kleurrijk spektakel duurt de ganse avond tot grote vreugde van de bewoners van de wijk. Een originele manier om een cultuur uit te dragen die gewoonlijk niet zo goed vertegenwoordigd is.

U

Charly Uyttendaele (07.10.1951)

Handelaar

Tussen de gekende gezichten van Sint-Joost, kan men moeilijk Charlie en zijn “petite vache” vergeten, de kaaswinkel van het Sint-Joostplein. Hij levert aan de grootste restaurants van de Hoofdstad, doet de beste tafels eer aan met zijn verrukkelijke kazen en wordt regelmatig aangehaald in de gastronomische rubrieken van gespecialiseerde tijdschriften. Dit belet niet dat deze fi jnproever nooit aarzelt om enkele mooie witte kazen te leveren om het nieuwjaarsfeest van de daklozen in schoonheid af te sluiten.

V

Annie Valentini (02.09.1953)

Directrice van cultureel centrum

Met een wetenschappelijk diploma op zak, wijdde ze zich eerst aan onderzoek vooraleer zich op het   cultureel werk te storten als vrijwilliger in een cultureel centrum. Ze werkt in Jacques Frank in Sint-Gillis waar ze tentoonstellingen organiseert en het vak al doende onder de knie krijgt. Sinds het begin van de jaren 90 heeft ze eerst de fi nanciële, dan de algemene leiding van de Botanique, een van de niet te missen
adressen van de hoofdstad. Tegenwoordig organiseert de Bota meer dan 200 concerten per jaar, ontvangt er het beste van de Belgische en internationale scene en is een belangrijke referentie geworden in de muziekwereld. Jonge mensen die beginnen, weten dat een concert in de Botanique een springplank is voor hun loopbaan. Daarbij wordt iedere artiest geroerd door deze magische plek.

Jaco Van Dormael (09.02.1957)

Producer

Na zijn studies fi lm (opname en realisatie) bij INSAS in Brussel en Louis-Lumière in Parijs, wordt hij  regisseur van kindertoneel, meer bepaald in nummers voor clowns. Hij stapt over naar productie in 1991 met Toto le héros, waarvoor hij de Gouden Camera krijgt op het Festival van Cannes. In 1996 kent zijn Huitième jour, met de revelatie Pascal Duquenne, een groot succes, terwijl de première van de lang verwachte Mr Nobody plaats heeft in de prachtige zaal Henry Le Boeuf in de Bozar in 2010. Jaco Van Dormael onderzocht in zijn fi lms, die gekleurd zijn door dromerigheid, de kracht van de verbeelding en het vergeten deel van het kind zijn in het saaie en tragische leven van iedere dag. Toen hij in Sint-Joost woonde, nam hij actief deel aan de ateliers van Galafronie van Didider De Neck, om het toneelvirus over te brengen op de jongeren.

Guillaume Van Strydonck (1861 - 1937)

Schilder

Prille jeugd in Noorwegen waar zijn vader werkte voor een Brugs bedrijf. De familie vestigde zich in 1863 in Sint-Joost. Begiftigd met tekentalent kreeg hij vanaf zijn 12de schilderles van een huisvriend, de  portretschilder Edouard Agneessens. Aan de Academie te Brussel (1876-’84) ontmoette hij Ensor en beeldhouwer Charlier en via de laatste raakte hij bevriend met weldoener Henri Van Cutsem. Naast portretten van vrienden schilderde hij landschappen in openlucht. Hij stelde ten toon op de Salons in België en Parijs en bij de progressieve kunst-kringen L’Essor en Les XX (stichtend lid). Zijn sterkste werk resulteerde uit zijn reizen naar Florida en Indië. Hij was dertig jaar lang professor aan de Brusselse  Academie en bezieler van een atelier voor meisjes. In 1928 was hij één van de eregasten op de inhuldiging van het Charliermuseum, de voormalige woning van zijn vrienden.

Judith Vanistendael (21.08.1974)

Illustratrice, stripauteur

Ze is geboren in Leuven en is de dochter van de schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael. Na het middelbaar onderwijs volgt ze verschillende kunstrichtingen in Berlijn, Gent en Sevilla. Als ze terug in Brussel komt, volgt ze kunststudies en zit in Sint-Lukas in de klas van Johan De Moor en Nix, twee striptekenaars. Ze illustreert de kinderboeken Vlaamse Sprookjes, geschreven door haar vader. Ze maakt verschillende strips, meer bepaald voor het tijdschrift Demo en illustreert Het Koeienboek van Didi Dumontak. Het eerste deel van haar deels autobiografische strip De maagd en de neger verschijnt in 2006 bij Oog & Blik en hij wordt opgemerkt en zit in de offi ciële selectie van het Festival van Angoulême 2009. In Sint-Joost tekent ze de prachtige muurschildering Sint-Joost, Couleur Café op de gevel van de Impérial op het Sint-Joostplein, die ingehuldigd werd in mei 2009 (project van Atrium, realisatie vzw Art Mural).

Éric Vauthier (02.10.1964)

Bedrijfsleider

De “Rétine de Plateau” van de Koningsstraat, dat is hij. De naam is een verwijzing naar Joseph Plateau, de fysicus die in de 19de eeuw de theorie van de gezichtstraagheid of lichtnawerking formuleerde,  waarmee hij de basis legde voor de uitvinding van de cinematograaf. De ontbijtfilmsessies… de Drive-in Movies, dat is hij ook. De culturele affi ches in de metro, dat is hij. De Champagnotheek in de Sint-Hubertusgalerij, idem… In het register van de onvermoeibare uitvinders die overal in Brussel aanwezig zijn, vindt men Eric Vauthier op de eerste rij, aan de zijde van Paul Sterck. Op de omslag van het mooie werk over de film in Brussel van Isabel Biver staat het niet te lezen, maar het is wel met vier handen geschreven. Raden met wie? Inderdaad…

Julot Verbeek (1921-2012)

Persattaché

Een man die altijd in de schaduw stond van anderen en zijn leven gewijd heeft aan kunstenaars en optredens. Dit beroep van persattaché voor de artiestenwereld is wellicht samen met hem geboren maar hij heeft altijd afstand weten te nemen, zowel met journalisten als met de artiesten. In alle  bescheidenheid stond hij altijd ten dienste van iedereen. In het wereldje was hij zeer gewaardeerd als pragmatisch, efficiënt en eerlijk man. De geschiedenis van Julot Verbeeck is deze van iemand die gepassioneerd was door de artiesten en het spektakel, waaraan hij zijn ganse leven gewijd heeft. Hij was secretaris van Charles Trenet, persattaché van het Théâtre des Galeries, van het Koninklijk Circus, de Ancienne Belgique en de Muntschouwburg. Alles begon met een mooi schoolresultaat waarvoor zijn moeder hem wilde bedanken. Hij koos voor een optreden van Charles Trenet en slaagde erin hem in zijn
loge te ontmoeten.

Chloé Von Arx (13.04.1976)

Actrice

Deze Zwitserse actrice woont in Sint-Joost met haar levensgezel Thierry Bellefroid en is een bekend gezicht geworden op de televisie. Men vindt haar meer bepaald terug in de uitzending Une brique dans le ventre op de RTBF en op een concurrerende zender, in een imitatiewedstrijd aan de zijde van Stéphane Degroodt, een reeks RTL-komedies waarmee het weekend op een vrolijke toon wordt afgesloten. Ze maakt deel uit van 2 % Belgen die geen televisietoestel hebben, wat haar zeker genoeg afstand geeft om kijkers raad te geven over films, soaps en uitzendingen die ze de volgende week niet mogen missen. Ze neemt ook deel aan de Semaine infernale en aan Jeu des dictionnaires, twee uitzendingen van formaat van la Première. Ze werkte veel bij het improvisatietheater, meer bepaald in het uitstekende gezelschap Tadam. In juni 2011 ontving ze een prijs voor haar acteerprestaties op het humorfestival van Cannes voor Le nid.

W

X

Y

Nichette Eugénie Halleux-Yerlès (1911 - 2011 )

Bedrijfsleider

In 1930 richt ze het eerste interimagentschap van Europa op, Interapide. Na de oorlog, als ze vijf kinderen gekregen heeft, herneemt ze haar activiteiten en diversifi eert ze. Ze opent een bijhuis in Parijs en een ander in Antwerpen. Naast haar professionele activiteiten en haar rol als moeder, grootmoeder (18 kleinkinderen) en nadien als overgrootmoeder (44 achterkleinkinderen), bleef ze ook altijd kunstschilder. Een retrospectieve van haar werk was te zien in 1991 in de lokalen van de Alliance Française. Toen de gemeente haar honderdste verjaardag vierde, ontving ze geen tinnen bord of een ander kleinood, maar een flacon Miss Dior, haar lievelingsparfum.

Jamal Youssfi (08.08.1971)

Acteur

Niets deed eraan denken dat Jamal Youssfi voorbestemd was voor het podium. Na een moeilijk  schoolparcours, brengt het toeval hem aan de Academie waar hij toneelkunst en voordracht volgt, maar het zijn de beruchte rellen in Brussel in het begin van de jaren 90 die hem naar het toneel zullen leiden. De ouders die op straat komen om de situatie tussen de jongeren en de politie tot bedaren te brengen, richtten familieverenigingen op (voorlopers van de vzw Avenir) en vroegen hem om workshops toneel te geven. Iets later ontstond het gezelschap Les Nouveaux Disparus. Sinds zijn eerste stuk in 1977, Chez Aziz, stopt hij niet meer met het mengen van kunst en verenigingen door wijken, het land en continenten af te schuimen met tenten, woonwagens, opvoeringen  in openlucht, berbertenten,… Zijn gratis festival Théâtres Nomades
komt al vijf jaar jaarlijks op het einde van de zomer in het Koninklijk Park van Brussel.

Z

Mourade Zeguendi (30.10.1980)

Acteur

Mourade is een echte ket uit Sint-Joost. Hij ging er naar de gemeenteschool, bokste in de Groenstraat en voetbalde bij Oasis. Na zijn lager onderwijs, is hij het leren wat beu maar het toneel redt hem uit de brand.
Hij krijgt zijn eerste rol op 18-jarige leeftijd in Bruxelles, mon amour en de bal is definitief aan het rollen. Didier De Neck zal hem helpen en 41, rue de la limite en Hafa draaien. Zich bewust van het belang van de tweede taal, leert hij Nederlands en speelt in het Frans met het Gentse gezelschap Union Suspecte. In de verfrissende komedie van Nabil Ben Yadir, Les Barons, is hij de beroemde Mounir, de anti-held die zijn zolen verslijt in de straten van Molenbeek. De fi lm lokt 140 000 bezoekers in België, wat betekent dat hij een breed publiek aanspreekt. “Misschien werd Brussel nooit zo goed verfi lmd.” Le Soir.

Laatst gewijzigd: 19.07.2018